Dezelfde belegging, hetzelfde belastingmoment
Brief aan de Vaste commissie voor Financiën
Waarom fysiek edelmetaal per 1 januari 2028 onder de vermogenswinstbelasting zou moeten vallen.
Ingezonden door Holland Gold, GoldRepublic, Goudwisselkantoor, Goud999, The Silver Mountain en Goudzaken. Oktober 2026.

Samenvatting
Het kabinet wil vanaf 2028 een groter deel van box 3 belasten op basis van gerealiseerde vermogenswinst. Voor fysiek goud, zilver, platina en palladium dreigt echter voorlopig een andere behandeling te blijven gelden. Wie het metaal rechtstreeks bezit, kan in 2028 en 2029 belasting verschuldigd zijn over de jaarlijkse waardestijging, ook als niets is verkocht. Wie vrijwel dezelfde prijsblootstelling aanhoudt via een beursgenoteerd financieel instrument, zoals een goud-ETC, rekent in beginsel pas af bij realisatie.
Dat verschil is moeilijk uit te leggen. De economische blootstelling aan de goudprijs kan vrijwel gelijk zijn, maar de juridische verpakking bepaalt wanneer belasting wordt geheven. Daarmee ontstaat niet alleen een liquiditeitsvraagstuk voor de belegger, maar ook een fiscale prikkel om rechtstreeks bezit van fysiek edelmetaal te verruilen voor een financieel product.
Wij vragen niet om een vrijstelling voor edelmetaal. Wanneer een belegger verkoopt en daarbij belastbare winst realiseert, kan die winst worden belast. Ons verzoek is om fysiek edelmetaal per 1 januari 2028 mee te nemen in de vermogenswinstbelasting, zodat het belastingmoment aansluit bij het moment waarop de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Dezelfde economische blootstelling, hetzelfde belastingmoment.
De Nederlandse edelmetaalbranche is inmiddels van substantiële omvang. Volgens de gezamenlijke opgave van de ondertekenaars bedient de sector circa 500.000 klanten, biedt zij werk aan ongeveer 1.000 mensen en wordt voor enkele miljarden euro aan edelmetaal professioneel beheerd. Een fiscale prikkel die bezit verschuift van Nederlandse fysieke aanbieders naar beursproducten kan daarom ook gevolgen hebben voor werkgelegenheid, dienstverlening en de Nederlandse infrastructuur rond opslag, beveiliging en logistiek.

De beweging naar belasting bij realisatie
De hervorming van box 3 is bedoeld om belastingheffing beter te laten aansluiten bij het werkelijke rendement. In de huidige plannen wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen directe inkomsten, zoals rente en dividend, en de waardeontwikkeling van vermogen. Voor een belangrijk deel van de financiële instrumenten wil het kabinet vanaf 2028 de waardestijging pas belasten wanneer die wordt gerealiseerd.
Die beweging is begrijpelijk. Een gerealiseerde winst kent een duidelijk belastingmoment en er is bij verkoop daadwerkelijk liquiditeit beschikbaar. Juist daarom roept de positie van fysiek edelmetaal vragen op. Als rechtstreeks gehouden goud en zilver in 2028 en 2029 onder de vermogensaanwasbelasting blijven vallen, terwijl beursgenoteerde producten die dezelfde edelmetaalprijs volgen al onder de vermogenswinstbelasting vallen, ontstaat gedurende ten minste twee jaar een verschil dat vooral wordt veroorzaakt door de juridische vorm van de belegging.
Voor overige bezittingen is een latere overgang naar vermogenswinstbelasting voorzien. Dat neemt het probleem in de tussenliggende jaren niet weg. Bovendien is die latere overgang nog afhankelijk van verdere wetgeving en uitvoering. Wij vinden daarom dat de behandeling van fysiek edelmetaal nu, bij de aanpassing voor 2028, moet worden meegenomen.
Dezelfde goudprijs, twee belastingmomenten
Het verschil wordt het duidelijkst met een eenvoudige vergelijking. Twee beleggers hebben op 1 januari 2028 ieder €100.000. De eerste koopt fysiek goud en de tweede koopt voor hetzelfde bedrag een beursgenoteerd financieel instrument dat de goudprijs volgt. Aan het einde van het jaar zijn beide posities €120.000 waard. Geen van beiden heeft verkocht en beiden hebben dus dezelfde ongerealiseerde waardestijging van €20.000.
De beleggingen zijn juridisch niet hetzelfde en ook de productkenmerken verschillen. De economische blootstelling aan de goudprijs kan echter zeer vergelijkbaar zijn. Toch kan de eerste belegger al belasting verschuldigd zijn over de waardestijging, terwijl de tweede pas afrekent wanneer hij verkoopt. Dat is de kern van onze zorg: niet de marktbeweging, maar de verpakking van de belegging bepaalt het belastingmoment.
Liquiditeit is niet hetzelfde als realisatie
Fysiek goud is doorgaans goed verhandelbaar. Dat maakt het liquide, maar nog niet gerealiseerd. Een bezit dat eenvoudig verkocht kan worden, is niet hetzelfde als een bezit dat daadwerkelijk is verkocht. Datzelfde geldt voor beursgenoteerde aandelen: ook die kunnen meestal snel worden verkocht, terwijl de koerswinst pas bij verkoop wordt gerealiseerd.
Bij fysiek edelmetaal is dit onderscheid extra relevant omdat het bezit uit zichzelf geen rente, dividend of huur oplevert. Als €100.000 aan goud in waarde stijgt naar €120.000, is het vermogen van de eigenaar toegenomen, maar heeft hij geen €20.000 ontvangen. Moet over die stijging al belasting worden betaald, dan moet de belegger daarvoor andere liquiditeiten aanspreken of een deel van zijn metaal verkopen. De belastingheffing kan daarmee zelf het verkoopmoment veroorzaken.
Dat is iets anders dan stellen dat de waardestijging niet bestaat. De waarde is daadwerkelijk hoger. Ons punt is dat de winst nog niet is verzilverd en ook weer kan verdwijnen voordat de belegger verkoopt.
Een waardestijging kan weer verdwijnen
Een tweede voorbeeld laat zien waarom het belastingmoment ertoe doet. Een belegger bezit op 1 januari 2028 voor €20.000 aan goud. In 2028 verdubbelt de waarde naar €40.000. In 2029 halveert de waarde weer en verkoopt hij uiteindelijk voor €20.000. Over de volledige houdperiode heeft hij per saldo geen vermogenswinst gerealiseerd.
Onder een aanwasbelasting kan over de stijging in 2028 al belasting verschuldigd zijn. Een verlies in een later jaar kan onder de voorgestelde regels vooruit worden verrekend, maar dat betekent niet dat eerder betaalde belasting onmiddellijk wordt terugbetaald. Het probleem zit dus niet alleen in de uiteindelijke belastingdruk, maar ook in timing en liquiditeit.
De precieze uitkomst voor een individuele belastingplichtige hangt vanzelfsprekend af van het definitieve tarief, het heffingsvrije resultaat, andere box 3-bezittingen en de uiteindelijke regels voor verliesverrekening. Het principiële verschil blijft hetzelfde: onder een aanwasbelasting kan een belastingverplichting ontstaan voordat vaststaat welke winst uiteindelijk wordt gerealiseerd.
De fiscale prikkel verandert de keuze van de belegger
Het verschil in belastingmoment beïnvloedt ook de keuze tussen rechtstreeks bezit en een beursproduct. Wie blootstelling aan de goudprijs wil, kan fiscaal worden geprikkeld om fysiek goud te vervangen door een ETC wanneer de ene vorm jaarlijks wordt belast en de andere pas bij verkoop.
Dat is geen neutrale verschuiving. Bij fysiek edelmetaal bezit de belegger het onderliggende metaal rechtstreeks. Een beursproduct heeft een andere juridische structuur, eigen productvoorwaarden en kosten en kan andere risico's met zich meebrengen. Veel beleggers kiezen juist bewust voor fysiek bezit omdat zij direct eigendom en zo weinig mogelijk afhankelijkheid van een financiële tegenpartij wensen.
Het belastingstelsel hoeft die voorkeur niet te delen, maar zou naar onze mening ook niet zonder duidelijke reden één verpakking bevoordelen boven een andere. Ons voorstel geeft fysiek edelmetaal geen belastingvoordeel. Het zorgt er alleen voor dat de waardestijging op hetzelfde moment wordt belast: wanneer zij wordt gerealiseerd.

Een Nederlandse sector van betekenis
De gevolgen raken niet alleen individuele beleggers. De Nederlandse markt voor fysiek edelmetaal bestaat uit gespecialiseerde ondernemingen voor handel, opslag en bewaring, met daaromheen een keten van transporteurs, beveiligers, kluisbedrijven, logistieke dienstverleners en softwareleveranciers. Volgens de gezamenlijke opgave van de ondertekenaars bedient de sector circa 500.000 klanten, werken er ongeveer 1.000 mensen en wordt voor enkele miljarden euro aan edelmetaal professioneel beheerd.
Een fiscale prikkel richting beursgenoteerde producten kan een deel van de vraag verschuiven van deze Nederlandse fysieke infrastructuur naar financiële producten die veelal via internationale kapitaalmarkten worden aangeboden. Hoe groot dat effect precies zal zijn, is vooraf niet vast te stellen. Dat er een prikkel ontstaat, is echter wel duidelijk: twee manieren om vergelijkbare goudprijsblootstelling aan te houden krijgen een verschillend belastingmoment.
Juist bij een hervorming die bedoeld is om box 3 begrijpelijker en beter uitlegbaar te maken, verdient die prikkel aandacht. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat belastingregels zo min mogelijk bepalen in welke juridische verpakking iemand een legale belegging aanhoudt.
Twee regimes naast elkaar maken box 3 niet eenvoudiger
Een belegger met verschillende vermogensbestanddelen krijgt vanaf 2028 mogelijk meerdere systemen naast elkaar. Voor financiële instrumenten wordt de waardestijging bij realisatie belast, terwijl voor overige bezittingen nog een jaarlijkse aanwas kan gelden. Spaargeld en directe inkomsten kennen weer een andere systematiek. Als overige bezittingen later alsnog naar vermogenswinstbelasting gaan, volgt opnieuw een overgang.
Dat betekent niet alleen verschillende belastingmomenten, maar ook verschillende administraties en overgangsregels. De tijdelijke uitzondering voor fysiek edelmetaal maakt het stelsel daarmee niet vanzelfsprekend eenvoudiger. Als de uiteindelijke richting toch vermogenswinstbelasting is, ligt het voor de hand om te onderzoeken of de overgang voor edelmetaal direct in 2028 kan plaatsvinden.
Een werkbare overgang is mogelijk
Uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst is een belangrijke randvoorwaarde. Daarom stellen wij geen systeem voor waarbij iedere eigenaar de volledige historische aankoopgeschiedenis van bestaand edelmetaal moet reconstrueren. Voor bestaande posities kan de waarde in het economisch verkeer op 1 januari 2028 als fiscale startwaarde gelden. Voor nieuwe aankopen vanaf die datum geldt de daadwerkelijke aankoopprijs als verkrijgingsprijs.
Bij gedeeltelijke verkoop kan een uniforme methode worden gebruikt, bijvoorbeeld een gemiddelde verkrijgingsprijs per soort of positie. Professionele aanbieders beschikken doorgaans over transactiegegevens, hoeveelheden en waarden die zij aan klanten beschikbaar kunnen stellen. Bij bezit buiten een professionele aanbieder kan de belastingplichtige zelf verantwoordelijk blijven voor een adequate administratie.
Deze aanpak vraagt uiteraard om een uitvoeringstoets en nadere technische uitwerking. Ons punt is dat de praktische vragen oplosbaar genoeg zijn om serieus te onderzoeken. Een tijdelijk verschil in belastingmoment zou niet als vanzelfsprekend moeten worden geaccepteerd zonder die route te toetsen.
Ons voorstel
Wij stellen voor om fysiek goud, zilver, platina en palladium dat als belegging wordt aangehouden per 1 januari 2028 onder de vermogenswinstbelasting te brengen. Voor bestaande posities geldt de waarde in het economisch verkeer op 1 januari 2028 als startwaarde. Voor nieuwe aankopen geldt de aankoopprijs als verkrijgingsprijs. Bij gedeeltelijke verkoop wordt een uniforme methode toegepast en verliezen worden volgens dezelfde uitgangspunten behandeld als bij andere vermogenswinstbestanddelen.
Wij verzoeken het kabinet om deze mogelijkheid in het kader van de novelle expliciet te laten toetsen door de Belastingdienst en daarbij vertegenwoordigers van de edelmetaalbranche te betrekken. Als volledige opname per 1 januari 2028 aantoonbaar niet uitvoerbaar blijkt, vragen wij om een tijdelijke oplossing die voorkomt dat belasting over een ongerealiseerde waardestijging direct tot een liquiditeitsprobleem leidt, bijvoorbeeld door uitstel van betaling tot realisatie in combinatie met passende verliesverrekening.
Niet belastingvrij. Wel belasting op het moment dat de winst daadwerkelijk is gerealiseerd.

Tot slot
De discussie over fysiek edelmetaal in box 3 gaat wat ons betreft niet over de vraag óf rendement op vermogen mag worden belast. Wanneer iemand goud koopt, het later met winst verkoopt en daarmee belastbare vermogenswinst realiseert, kan die winst binnen het gekozen stelsel worden belast.
De vraag is waarom de belasting al vóór verkoop zou moeten plaatsvinden wanneer het kabinet voor financieel verpakte beleggingen met een vergelijkbare economische blootstelling juist richting belastingheffing bij realisatie beweegt. Twee beleggers kunnen dezelfde goudprijs volgen, dezelfde waardestijging hebben en allebei niets verkopen, terwijl slechts één van hen al moet afrekenen. Dat verschil is moeilijk te verdedigen vanuit fiscale neutraliteit en kan bovendien het gedrag van beleggers sturen.
Daarom vragen wij om fysiek edelmetaal per 1 januari 2028 mee te nemen in de vermogenswinstbelasting. Niet om goud fiscaal te bevoordelen, maar om het belastingmoment niet te laten afhangen van de verpakking waarin dezelfde economische blootstelling wordt aangehouden.
Ondertekenaars
Deze brief is een gezamenlijk initiatief van ondernemingen uit de Nederlandse edelmetaalbranche. Samen vertegenwoordigen zij een belangrijk deel van de markt voor aankoop, verkoop en professionele bewaring van fysiek goud, zilver en andere edelmetalen.
Holland Gold, GoldRepublic, Goudwisselkantoor, Goud999, The Silver Mountain en Goudzaken.
Contact
Paul Buitink, Holland Gold klantenservice@hollandgold.nl 088-4688400
Bart Brands, GoldRepublic b.brands@goldrepublic.com 020-7946021
Bronnen en uitgangspunten
Deze brief sluit aan bij de kabinetsplannen rond de Wet werkelijk rendement box 3 en de in september en oktober 2026 aangekondigde aanpassing via een novelle. De genoemde sectorcijfers van circa 500.000 klanten, ongeveer 1.000 medewerkers en enkele miljarden euro professioneel beheerd edelmetaal zijn gebaseerd op de gezamenlijke opgave van de ondertekenende branchepartijen. Het rekenvoorbeeld is illustratief; de uiteindelijke belastinguitkomst hangt af van de definitieve wetgeving en de persoonlijke box 3-positie van de belastingplichtige.
Brief aan de Vaste commissie voor Financiën: waarom fysiek goud, zilver, platina en palladium per 1 januari 2028 onder de vermogenswinstbelasting zouden moeten vallen.
GoldRepublic is het toonaangevende Nederlandse platform voor fysiek edelmetaal, opgericht in 2010 als eerste edelmetaalverkoper met een AFM-vergunning. Onze artikelen worden geschreven door een team van specialisten op het gebied van macro-economie, edelmetaal en geopolitiek.





