De debasement trade is nog niet klaar voor een comeback
De afgelopen maanden is er veel geschreven over de zogenoemde debasement trade. Daarmee wordt bedoeld dat beleggers vluchten naar goud en andere edelmetalen uit angst voor de uitholling van geld. Die angst komt vooral voort uit de snel oplopende staatsschulden en het idee dat overheden uiteindelijk zullen proberen die schulden weg te inflateren.
Dat verklaart waarom goud en zilver vorig jaar zo hard stegen, terwijl de rentes op langlopende staatsobligaties juist opliepen. Normaal gesproken is dat een lastige combinatie. Hogere obligatierentes maken goud minder aantrekkelijk, omdat goud geen rente oplevert. Maar binnen de debasement trade werkte het anders. Stijgende rentes waren juist een signaal dat beleggers zich zorgen maakten over de houdbaarheid van overheidsfinanciën. Daardoor nam de vraag naar bescherming toe.

Goud werd in die fase niet gekocht omdat de rente daalde, maar omdat beleggers zich wilden verzekeren tegen het risico dat beleidsmakers de waarde van geld zouden uithollen.
Populariteit werd het probleem
Toch lijkt diezelfde populariteit nu tijdelijk tegen goud te werken. De debasement trade trok steeds meer particuliere beleggers aan. Dat is belangrijk, omdat particuliere beleggers vaak gevoeliger zijn voor koersbewegingen en sneller in paniek raken dan de oorspronkelijke beleggersbasis.
Daardoor begon goud zich minder te gedragen als veilige haven en steeds meer als een risicobelegging. In plaats van te stijgen op momenten van onzekerheid, begon goud juist mee te bewegen met het bredere marktsentiment.
Dat werd goed zichtbaar tijdens de oorlog met Iran. In theorie zou goud in zo’n omgeving moeten profiteren. Geopolitieke onzekerheid, oplopende olieprijzen, zorgen over inflatie en stijgende langetermijnrentes vormen normaal gesproken een gunstige cocktail voor goud.
Maar dat gebeurde niet. Sinds eind februari steeg de S&P 500 met ongeveer 8 procent, terwijl de goudprijs in dezelfde periode juist 14 procent daalde. Dat is opvallend voor een asset die juist bescherming zou moeten bieden in onrustige tijden.
De markt moet eerst worden opgeschoond
De verklaring ligt waarschijnlijk niet bij de fundamentele case om te investeren in goud. Die is namelijk niet verdwenen. De Amerikaanse staatsschuld is nog altijd hoog, begrotingstekorten blijven fors en de politieke bereidheid om die problemen echt aan te pakken lijkt beperkt.
Het probleem zit eerder in de positionering. Er is te veel kapitaal in dezelfde trade gestapt. Vooral particuliere beleggers werden aangetrokken door de snelle stijging van goud en edelmetalen. Daardoor werd de markt kwetsbaar voor een correctie.
Voordat goud weer kan handelen als veilige haven, moet dat overtollige kapitaal eerst uit de markt worden geschud. Dat proces noemen we een opschoning van de positionering. Zwakke handen moeten verkopen, zodat de markt weer gedragen wordt door beleggers met een langere horizon.
Zolang die opschoning niet is afgerond, blijft goud kwetsbaar. Dan reageert het niet als een klassieke veilige haven, maar als een drukke trade waar te veel beleggers tegelijk in zitten.
Vrijdag was een interessante test
Juist daarom was de koersreactie van vrijdag zo interessant. Het was bijna een natuurlijk experiment voor de goudmarkt.
Aan de ene kant liepen de langetermijnrentes stevig op. In de context van de debasement trade zou dat normaal gesproken positief moeten zijn voor goud. Hogere rentes weerspiegelen immers zorgen over begrotingstekorten, schulden en de houdbaarheid van het systeem.
Aan de andere kant stegen ook de olieprijzen, doordat markten zich zorgen maakten over de situatie rond Iran en de mogelijke sluiting van de Straat van Hormuz. Hogere olieprijzen kunnen de inflatie opstuwen, maar ze drukken ook op groei en risicobereidheid. In de huidige markt weegt dat laatste zwaar, waardoor goud onder druk kan komen te staan als beleggers risico afbouwen.
Goud zat dus klem tussen twee krachten. Stijgende obligatierentes zouden de prijs moeten ondersteunen, terwijl stijgende olieprijzen en geopolitieke stress juist verkoopdruk veroorzaakten.
De uitkomst was helder. Goud daalde scherp. Dat suggereert dat de opschoning van de positionering nog niet klaar is.
De fundamentele case blijft intact
Dat betekent niet dat goud zijn status als veilige haven definitief kwijt is. Het betekent vooral dat de markt tijdelijk uit balans is geraakt.
De onderliggende argumenten voor de debasement trade zijn nog steeds aanwezig. Overheden geven meer uit dan ze binnenkrijgen. Staatsschulden blijven oplopen. Politici hebben weinig prikkels om harde keuzes te maken. En centrale banken kunnen op termijn opnieuw onder druk komen te staan om beleid te voeren dat schulden draaglijker maakt, zelfs als dat ten koste gaat van de koopkracht van geld.
In zo’n wereld blijft goud een logische verzekering. Niet omdat goud ieder kwartaal moet stijgen, maar omdat het geen verplichting is van een overheid, centrale bank of financiële instelling.
Alleen is timing belangrijk. Een goede fundamentele case betekent niet automatisch dat een markt direct klaar is voor de volgende stijging. Zeker niet als te veel beleggers al dezelfde positie hebben ingenomen.
Conclusie
Waarom goud ondanks geopolitieke onrust en stijgende rentes onder druk staat. De fundamentele case blijft sterk, maar de markt oogt nog overvol.

Thom Derks schrijft voor GoldRepublic over goud, macro-economie en geopolitiek. Hij studeerde Rechten in Leiden en Economie in Amsterdam. Zijn persoonlijke fascinatie voor schaarste en waardeopslag via bitcoin én goud bracht hem naar de wereld van financiële journalistiek. Via zijn eigen nieuwsbrief De Geldpers op Substack bereikt hij meer dan 5.800 abonnees met analyses over markten, geopolitiek en het monetaire systeem.




