Ontdekken we straks de echte goudprijs?
Enkele weken geleden keek ik naar een interessante aflevering van The Jay Martin Show, getiteld The Day China Reveals Gold's Real Price. Martin verdedigt daarin een prikkelende stelling. Volgens hem staat China op het punt afscheid te nemen van de westerse papieren goudmarkt en zal daardoor uiteindelijk de "echte" goudprijs zichtbaar worden.
Of hij daarin gelijk krijgt, weet ik niet. Ik heb geen glazen bol. Maar eerlijk gezegd vind ik dat ook niet de belangrijkste vraag. Veel interessanter is waarom China juist nu deze stap zet. Het mooie is dat je voor het antwoord niet hoeft te luisteren naar wat China zegt. Kijk simpelweg naar wat China zelf doet.
Wat China doet, niet wat China zegt
Enkele van China's grootste banken zijn namelijk gestopt met de handel in papieren goud voor particuliere beleggers. Opvallend genoeg geldt dat niet voor fysiek goud. Chinezen kunnen nog altijd zoveel goud kopen als ze willen. Alleen de papieren contracten verdwijnen langzaam uit beeld. Dat lijkt misschien een klein detail, maar het raakt de manier waarop de wereld al decennialang de goudprijs bepaalt.
De les van 1968
Om te begrijpen waarom, moeten we eerst terug naar 1968. Na de Tweede Wereldoorlog was de Amerikaanse dollar de reservevaluta van de wereld geworden. Buitenlandse overheden konden hun dollars op ieder moment omwisselen voor goud tegen een vaste prijs van 35 dollar per ounce. Zolang iedereen erop vertrouwde dat de Verenigde Staten voldoende goud bezaten, werkte dat systeem uitstekend.
Maar geld ontstaat niet vanzelf. In de jaren vijftig en zestig gaf Amerika structureel meer uit dan het verdiende. Oorlogen, sociale programma's en de rol als wereldmacht werden steeds vaker gefinancierd met nieuw gecreëerde dollars, terwijl de hoeveelheid goud nauwelijks veranderde. Uiteindelijk maakten enkele landen een eenvoudige rekensom. Als er steeds meer dollars tegenover dezelfde hoeveelheid goud staan, vertegenwoordigt iedere dollar automatisch minder goud.
Frankrijk begon dollars om te wisselen voor fysiek goud. Andere landen volgden. Wat begon als een gestage uitstroom eindigde in een complete run op de Amerikaanse goudvoorraad. De London Gold Pool stortte in, de Londense goudmarkt moest tijdelijk sluiten en enkele jaren later verdween de koppeling tussen de dollar en goud definitief.
De les van 1968 is eigenlijk heel eenvoudig. Je kunt de prijs van geld of goud jarenlang verdedigen, maar uiteindelijk wint schaarste altijd van beloften.
Wat u koopt als u papieren goud koopt
Die geschiedenis maakt ook duidelijk waarom de ontwikkelingen in China interessant zijn. Wanneer de meeste beleggers vandaag goud kopen, kopen zij in werkelijkheid helemaal geen goud. Zij kopen een contract dat recht geeft op goud. Dat contract kan tientallen keren van eigenaar wisselen zonder dat er ooit één goudbaar wordt verplaatst. Zolang vrijwel niemand om fysieke levering vraagt, werkt dat systeem prima.
Maar het heeft ook een belangrijke consequentie. De prijs wordt niet alleen bepaald door de hoeveelheid goud die beschikbaar is, maar ook door de hoeveelheid papieren claims die op dat goud worden uitgegeven. Niemand weet precies hoeveel van die claims er tegenover iedere fysieke ounce bestaan. Met andere woorden: de belangrijkste goudprijs ter wereld wordt bepaald in een markt die niet eens precies weet hoeveel van het onderliggende product daadwerkelijk beschikbaar is. Dat is op zijn minst opmerkelijk.
Het verschil tussen papieren claims en fysiek bezit is daarmee geen technisch detail, maar de kern van de zaak.
China bouwt voor fysieke levering
China lijkt steeds minder vertrouwen te hebben in dat systeem. Het land ontmoedigt papieren goudcontracten, terwijl de Shanghai Gold Exchange juist volledig is ingericht op fysieke levering. Tegelijkertijd wordt de opslagcapaciteit in Hongkong fors uitgebreid. Een papieren markt heeft geen enorme kluizen nodig. Die bouw je alleen wanneer je verwacht dat er ook daadwerkelijk grote hoeveelheden fysiek goud zullen worden opgeslagen en verhandeld.

Wie zich afvraagt wat er achter deze strategie schuilgaat, vindt een groot deel van het antwoord in de monetaire situatie van het land. Daarover schreven we eerder uitgebreid in waarom China zoveel goud koopt.
Centrale banken kopen wat ze afraden
Misschien nog interessanter is het gedrag van centrale banken. Al jarenlang horen we dat goud geen rente oplevert, geen kasstromen genereert en daarom nauwelijks een rol zou spelen binnen een modern monetair systeem. Ondertussen kopen centrale banken al jaren recordhoeveelheden fysiek goud. Een groot deel van die aankopen wordt niet eens officieel gemeld. Tegelijkertijd bouwen steeds meer landen hun afhankelijkheid van Amerikaanse staatsobligaties af.
Ook hier geldt: luister niet naar wat centrale banken zeggen. Kijk naar wat ze doen.
Goud is geen grondstof, maar geld
Dat is precies waarom ik goud niet zie als een grondstof, maar als geld, als echte waarde. Uiteindelijk draait beleggen niet om rendement alleen. Het draait om koopkracht. In dollars lijken huizen, auto's en boodschappen steeds duurder te worden. Gemeten in goud zijn veel van diezelfde goederen de afgelopen decennia juist goedkoper geworden. Dat zegt uiteindelijk veel meer over de koopkracht van papiergeld dan over de waarde van goud.
Wat overeind blijft, ongeacht de uitkomst
Betekent dit dat Jay Martin gelijk krijgt en dat de papieren en fysieke goudprijs straks uit elkaar gaan lopen? Dat weet niemand. Maar zelfs als dat nooit gebeurt, blijft één observatie overeind. De instellingen die ons monetaire systeem het beste begrijpen, ruilen in recordtempo papieren beloften in voor een schaars actief dat niemand kan bijdrukken.
Misschien is dát wel de belangrijkste ontwikkeling. Niet omdat goud morgen ineens veel meer waard hoeft te worden, maar omdat de mensen die verantwoordelijk zijn voor ons geldsysteem steeds nadrukkelijker kiezen voor een vorm van geld waarvan het aanbod niet onbeperkt kan worden uitgebreid.
Conclusie
China stapt af van papieren goud en kiest voor fysieke levering. Ontdek waarom dat de echte goudprijs zichtbaar kan maken en wat centrale banken doen.

Jeroen Blokland is meer dan 20 jaar professioneel belegger en was als voormalig hoofd Multi-Asset bij Robeco eindverantwoordelijk voor een klantvermogen van meer dan vijf miljard euro. Na Robeco richtte hij True Insights op, een onafhankelijk beleggingsresearchplatform, en is hij columnist, YouTuber en veelgevraagd spreker. Met meer dan 100.000 volgers op X is hij een van de meest gevolgde beleggers in Nederland. Voor GoldRepublic schrijft hij over macro-economie, markten en de rol van goud in een gespreide portefeuille.






